Heel veel dank!

Beste vrienden en vriendinnen,

Hadden we op 1 december een ‘normale’ promotieplechtigheid gehad, dan had ik alle aanwezigen tijdens de receptie nog wat persoonlijke woorden van dank kunnen toedichten. Aan mijn promotor, professor Albert Clement, voor zijn vertrouwen in mijn plan dat slechts met ‘ein Trostwort’ begon, aan de voorzitter van de plechtigheid, professor Henk Tieleman, die mijn afstuderen in 2006 al begeleidde, aan de commissieleden die mijn proefschrift nauwkeurig hebben bestudeerd en mij daarover gedegen aan de tand voelden. En natuurlijk aan alle genodigde vrienden voor hun onmisbare steun tijdens de jaren van onderzoek, voor de aanmoedigingen op weg naar de afronding, voor de aanwezigheid in de zaal. Maar het is 2020 en dus ging het anders…..

En dus …. werd mijn promotie een intieme plechtigheid met twee hoogleraren, twee paranimfen en twee gasten persoonlijk aanwezig in de bijzondere Senaatszaal van de Universiteit Utrecht. De commissie waarvoor ik mijn proefschrift mocht verdedigen, toevalligerwijs heet zo’n commissie ‘de corona’, mocht vanwege die andere corona niet aanwezig zijn. Maar wat een zegen dat we over zoveel online technieken beschikken, dat hun vragen en mijn antwoorden over de wereld uitgewisseld konden worden. En bovendien prijs ik mij gelukkig, dat het juist door deze technische maatregelen voor zovelen van mijn familie, vrienden, en geïnteresseerden nu ook mogelijk was mee te kijken, eveneens over de hele wereld.

En dus …. zit ik hier tussen een zee van bloemen, kaarten, en puilt mijn mailbox uit van lieve felicitaties! Op mijn sociale media-accounts ben ik overspoeld met felicitaties. Wat een warm onthaal! Heel veel dank aan jullie allen!
Mijn lieve paranimfen Diederiek van Loo en Ellen van der Sar hebben zelfs nog een speciale actie ondernomen waar veel vrienden aan hebben bijdragen en waardoor ik, met anderen samen, kan gaan genieten van live muziek, zodra dat weer mogelijk is. Bovendien belangrijk omdat we zo de cultuursector ook weer een beetje kunnen helpen. Wat een prachtig cadeau! Ik dank deze gevers graag binnenkort nog persoonlijk, en natuurlijk iedereen, die op welke manier dan ook deze dag onvergetelijk heeft helpen maken.

En nu …. geen zwart gat om in te vallen! Wie mij langer kent, weet wat de rode draad in mijn carrière is: kennis vergaren, om die daarna weer te delen. Als er één onderwerp is dat zich daarvoor leent, is het wel mijn onderzoek naar Troost bij Luther en Bach. De eerste uitnodigingen voor artikelen en presentaties liggen er al, maar ik ben ook bezig met een breder plan om ervoor te zorgen dat het herdenkingsjaar 2024/2025 met 500 jaar Lutherliederen en 300 jaar koraalcantates van Bach niet ongemerkt voorbij zal gaan.

Ik wens je voor nu een troostrijke adventstijd en bedank je nogmaals hartelijk voor de geweldige gelukwensen!

Hartelijke groet,
Lydia

Eeuwigheidszondag

Predella Predigt

Eeuwigheidszondag. Een moment om namen te koesteren. Maar een schilder als Lucas Cranach (de oudere) zorgde ervoor dat ook gezichten troostrijk gekoesterd werden. Op dit onderste deel (de predella) van het altaarstuk uit 1547 in de stadskerk St. Marien in Wittenberg wijst Luther op het beeld van de gekruisigde Christus, centraal in het beeld. Twee jonge gezichten kijken echter niet naar Christus, maar naar de toeschouwer. Zij zijn al opgenomen in Gods geborgenheid. De afgebeelde jongeren zijn hoogstwaarschijnlijk Cranachs jong gestorven zoon Hans en Luthers dochtertje Magdalena, die op 13-jarige leeftijd overleed.

Luther schreef voor haar dit grafschrift in 1542:

“Ich, Lena, Luthers liebes kindt,
Schlaff hie mit allen heiligen glindt
Und lieg in meiner rueh und rast.
Nu bin ich unsers Gottes Gast.
Ein kindt des todts war ich zwar,
Aus sterblichem samen mich mein mutter gebar,
Itz leb ich und bin reich in Gott.
Des danck ich Christi blutt und todt.”

(Bron: WA TR 5, 186 (Nr. 5490c))

Martin Luther’s Sermon, detail from a triptych, 1547 (oil on panel) by Cranach, Lucas, the Elder (1472-1553); Church of St.Marien, Wittenberg, Germany.

En dit is het boek!

Tijd voor de onthulling van het omslag van mijn proefschrift. Zo ziet het eruit. Met daarin verwerkt fragmenten van de standbeelden van Luther (in Dresden) en Bach (in Leipzig). Zowel Luther als Bach ontwierpen een eigen embleem. Ook die kregen een plek op dit omslag, ontworpen door Angela Damen van Studio Michelangela in Utrecht.

Proefschrift gedrukt

Het wordt steeds echter. Het proefschrift is gedrukt (het omslagontwerp blijft nog even een verrassing). De aankondiging is in de agenda van de Universiteit Utrecht opgenomen. Alle vinkjes op het dashboard waarvoor ik iets moet doen zijn nu groen. Nu nog hopen dat de virusmaatregelen zo blijven, dat er in elk geval op 1 december een promotie in levende lijve kan plaatsvinden, al is het ook met een klein gezelschap. De andere belangstellenden mogen meekijken via een livestream. We hopen er het beste van.

Ganzenveer

Toch jammer dat de Universiteit Utrecht niet aan stellingen doet bij promoties. Van het feit dat Luther en Bach kennelijk met hetzelfde merk ganzenveer hun werken schreven, had ik wel een leuk stukje bewijslast kunnen maken.?

Het Luther-poppetje had ik al in bezit sinds het Lutherjaar 2017. Eén van mijn beoogde paranimfen voor 1 december verraste mij gisteren met het Bach-exemplaar. Mooi setje!

Een datum!

En toen was er weer een stap gezet. De groene vinkjes op het dashboard van mijn PhD-pagina worden steeds talrijker. De leescommissie is positief en dus staat niets de promotieplechtigheid meer in de weg. Ook de datum is bekend: dinsdag 1 december 2020 om 14.30 uur is het zover. Dan mag ik mijn proefschrift in het openbaar verdedigen. Nog wel even afwachten natuurlijk wat tegen die tijd de spelregels zijn in verband met de virus-problematiek. Maar ook als er weinig publiek bij mag zijn in de zaal van het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht is er gelukkig een livestream mogelijk, zodat er op afstand meegeleefd kan worden. Nu eerst maar eens aan de slag met de afronding van de publicatie.

Proefschrift klaar!

Met een wat verdwaasd gevoel zit ik nu in mijn studeerkamer. Gisteren is mijn proefschrift goedgekeurd door mijn promotor. Het is klaar! Na veel jaren werk, soms wat taai, maar meestal met veel plezier. De leescommissie mag nu gaan beoordelen of mijn promotor goed heeft geoordeeld. In de bevestigingsmail uit het registratiesysteem van de Universiteit Utrecht staat het mooi verwoord: “De (co-)promotoren hebben in MyPhD aangegeven dat zij van oordeel zijn dat uw manuscript “Troost bij Luther en Bach” aan alle te stellen academische eisen voldoet, kan gelden als een toereikende proeve van bekwaamheid voor het zelfstandig beoefenen van de wetenschap en kan worden voorgelegd aan een beoordelingscommissie.”

Ik kan dus nu gaan ‘afkicken’ van mijn reis. De stapels boeken en artikelen in mijn studeerkamer, waarvan ik feilloos weet wat in welke stapel ligt, kan ik nu gaan opbergen in een duurzamer naslagsysteem. De aanwas van verworven boeken krijgt een definitieve plek in de boekenkast. Het is bijna een rituele klus, een persoonlijke rite de passage. Om het hoofd leeg te maken voor de laatste opgave: het bedenken van een mooi omslag. Het ruwe idee is er, de uitwerking volgt. En dan, als alles goed gaat, aan het eind van het jaar de verdediging van mijn proefschrift.