Home

Troosten is volgens Martin Luther (1483-1546) de hoofdopgave van de theologie. Hij is dan ook de bedenker van het woord ‘zielzorg’. In bijna al zijn werken vinden we het thema troost op de een of andere manier terug. Ook in zijn liederen uit 1524/1525.

Johann Sebastian Bach (1685-1750) groeide op met het liederenerfgoed van Luther. Hij verwerkte de troostrijke koralen in veel van zijn werken, waaronder de jaargang koraal-cantates uit 1724/1725. Zo maakte hij dat wij tot op heden nog steeds vertrouwd zijn met Luthers teksten en melodieën van 500 jaar geleden.

De vaak gehoorde uitspraak ‘zonder Luther geen Bach’ blijkt evengoed omgekeerd van toepassing voor onze tijd: ‘zonder Bach geen Luther(liederen)’.

Lydia Vroegindeweij onderzocht deze materie, schreef er een proefschrift over en zal na haar promotie op 1 december 2020 op deze website inzichten gaan delen met iedereen die meer wil weten over de koraal-cantates van Bach en wat daaraan ten grondslag lag.

Publicatie ‘Troost bij Luther en Bach’

Op 1 december 2020 verschijnt:

Lydia Vroegindeweij promoveert met het proefschrift ‘Troost bij Luther en Bach’ op 1 december 2020 aan de Universiteit Utrecht. Haar promotor is Prof. dr. Albert Clement. Het boek verschijnt op dezelfde datum bij uitgeverij Vreducom.

Het onderzoek laat zien hoe Martin Luther het begrip ‘troost’ definieerde in zijn theologie en zielzorg en hoe hij dit verwoordde in zijn liederen uit 1524/1525. Tweehonderd jaar later stond de waarde van dit liederfgoed ter discussie vanwege nieuwe opvattingen over troost en de grote hoeveelheid nieuwe liederen. Orthodox-lutherse theologen wensten de liederen van Luther en tijdgenoten te behouden, juist vanwege hun troostende waarde. Zij zagen echter wel de noodzaak dat de oude liederen meer uitleg vereisten en schreven daarvoor vele gezangboek-commentaren. Deze commentaren van onder meer de hymnoloog Johann Martin Schamel in combinatie met de verzamelde uitleg van Luther bij relevante Bijbelteksten in de Calov-Bijbel werpen een nieuw licht op de betekenis van de koraal-cantates van Johann Sebastian Bach uit 1724/1725. Door deze bronnen te combineren wordt meer duidelijk over de verschillen tussen de oorspronkelijke liedtekst en de tekst van de recitatieven en aria’s in de koraal-cantate, en over de muzikale uitwerking daarvan.

“Publicatie ‘Troost bij Luther en Bach’” verder lezen

Korte samenvatting proefschrift

Troost bij Luther en Bach” – korte samenvatting proefschrift

De muziek van Johann Sebastian Bach (1685-1750) werkt voor veel luisteraars troostend. Maar hoe doet Bach dat nu? Die vraag leidde tot een multidisciplinair onderzoek naar het thema troost in de theologie van Martin Luther (1483-1546) en de muziek van Bach. De verbindende factor tussen beiden hierin is de omgang met het kerklied. Luther schreef circa 40 liederen en bracht daarin zijn troostende leer van de rechtvaardiging door het geloof onder woorden voor gewone gelovigen. Bach componeerde 200 jaar later zijn jaargang koraal-cantates waarin er veel aandacht is voor de liederen van Luther en tijdgenoten. Dit onderzoek belicht de troostende inhoud en argumentatie van Luthers liederen en de wijze waarop de kerkgangers in Leipzig via Bachs cantates deze troost konden ervaren.

Troost bij Luther

Centraal in Luthers theologie staat de rechtvaardigingsleer, waardoor de genade bereikbaar is zonder de noodzaak van goede werken. Vertrouwen op God en het reddende werk van Christus was genoeg voor de gelovige om verzekerd te zijn van het zielenheil na de dood en van de kracht om het leven in tijden van tegenspoed vol te houden. Maar ondanks die zekerheid leidde twijfel of het geloof wel sterk genoeg was en de bedreigingen niet te groot, tot troostbehoeften. Luthers liederen uit 1524/1525 geven argumenten hoe de mens vanuit die behoefte troost kan zoeken, vinden en ervaren. Luther had daarbij vooral veel oog voor de zwakgelovigen.

Liederenerfgoed

Aan het begin van de 18e eeuw veranderde de behoefte aan troost door veranderingen in de maatschappij. Bovendien vroeg de tijd van de barok om andere uitdrukkingsmiddelen waardoor veel nieuwe liederen ontstonden. De liederen uit de tijd van de Reformatie raakten uit de gratie, mede omdat de oude taal minder toegankelijk was geworden voor gewone kerkgangers. Theologen van verschillende stromingen versterkten hun identiteit in intensieve discussies over het gewenste liedrepertoire. Deze factoren vormden de start van het vakgebied hymnologie. Orthodox-lutherse hymnologen spanden zich in om het liederenerfgoed te behouden, juist vanwege de troostende waarde. Dit veronderstelde een goed begrip door de door de gelovige, die over de juiste tekst moest kunnen beschikken. Het 200-jarig jubileum van Luthers liederen bleek een uitgelezen moment om hier aandacht aan te besteden in 1724/1725. Uit de onderzochte koraalcantates uit deze jaargang van Bach blijkt de invloed van deze hymnologen, in het bijzonder van Johann Martin Schamel.

Troost bij Bach

De wijze waarop Bach de liederen heeft verwerkt in zijn koraalcantates kent een vast stramien, waarbij de eerste en laatste strofe behouden blijven, terwijl de tekst van de tussenliggende strofen van het lied zijn bewerkt tot recitatieven en aria’s. Dit onderzoek toont aan dat de tekst van deze delen (door een onbekende tekstdichter) en ook de muzikale uitwerking ervan door Bach sterk zijn beïnvloed door de doelstellingen van de orthodox-lutherse hymnologen om de troostende argumenten uit de oude liederen opnieuw centraal te stellen. Schamels gezangboek-commentaren in combinatie met Luthers uitleg van Bijbelteksten, zoals verzameld in de Calov-Bijbel, blijken een verrassende sleutel te bieden tot de interpretatie en vormgeving van de troostende elementen uit Luthers leer in het werk van Bach.

Contact

Wil je contact opnemen? Kies welk medium je past.

Via e-mail
Via social media? Zie de knoppen onderaan deze pagina.